5 februari 2013

Niet alleen hamsters 'hamsteren'

Ik ga rond het middaguur vaak even wandelen in een parkje. Vorig jaar zag ik daar een kraai die kwam aanvliegen met een noot in zijn bek. Hij landde op een grasveldje en begon in de grond te pikken. Ik was niet zo dichtbij, dus het was me nog niet meteen duidelijk of hij op de noot aan het pikken was in een poging die open te krijgen, of dat hij de noot in de grond aan het verstoppen was. Het bleek dat laatste te zijn; want toen ik dichterbij kwam zag ik dat hij er nog stukjes mos overheen legde, waarna hij zogenaamd nonchalant weg liep, zonder noot!

Inmiddels heb ik dit gedrag al meerdere malen gezien. Soms gebruiken ze mos om de verstopplek te bedekken, soms een los herfstblad, vers gemaaid gras of in de winter onder de sneeuw. Het verstopte voedsel kunnen ze later weer terugvinden, zodat ze in tijden van schaarste toch wat te eten hebben. Verschillende vogels verstoppen voedsel, onder andere gaaien, raven, spechten en mezen. Maar ook andere dieren doen het; de bekendste zijn uiteraard eekhoorns en hamsters. Verder schijnen ook muizen, bevers, mieren en poema's voedsel voor latere consumptie te bewaren.

De tijd tussen het verstoppen en terugvinden (cache-retrieval) varieert van enkele uren tot maanden. Pinyongaaien verstoppen wel meer dan 20.000 zaden per jaar!
Goede cognitieve eigenschappen, zoals geheugen en ruimtelijk inzicht, zijn noodzakelijk om het verstopte voedsel weer terug te kunnen vinden. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat kraaiachtigen waarschijnlijk ook inzicht hebben in wat andere individuen zien/weten (Theory of Mind), een eigenschap die bij kinderen pas rond 4-jarige leeftijd ontwikkelt. Wanneer er namelijk bij een verstoppoging toeschouwers in de buurt zijn, zoeken ze een beschutte plek achter een boom of struik waar ze ongezien hun buit kunnen verstoppen of ze verplaatsen het later (op een veiliger tijdstip) naar een andere verstopplek (re-cachen). Dit om te voorkomen dat concurrenten gemakkelijk hun voorraad kunnen stelen. Daarnaast zijn er ook experimenten gedaan met verschillende soorten voedsel. Hierbij bleek dat de vogels rekening houden met de houdbaarheid van voedsel. Bij het leeghalen van de caches wordt eerst voedsel dat snel kan bederven opgezocht (denk aan insekten, fruit of brood) en later pas zaden en noten.

Klinkt dat niet ontzettend slim? Toch zijn er ook mensen die andere verklaringen aanreiken, zo zou het bijvoorbeeld kunnen zijn dat het terugvinden van caches meer op toeval berust in plaats van herinnering. Dieren zouden de caches volgens een bepaald systeem kunnen verstoppen en routinematig weer opzoeken. Re-cachen zou simpelweg de behoefte tot cachen kunnen bevredigen en vooral plaatsvinden onder stressvolle omstandigheden (zoals de aanwezigheid van concurrenten). Of de vogels zouden door ervaring geleerd kunnen hebben dat voedsel dat verstopt is in het bijzijn van anderen vaak verloren gaat. Meelwormen worden lekkerder gevonden dan noten, misschien worden ze daarom als eerste teruggevonden? Maar dan blijft het nog steeds knap dat ze zich kunnen herinneren waar ze welk soort voedsel hebben verstopt. Het is een uitdaging om experimenten te bedenken die deze mogelijke verklaringen kunnen betwisten dan wel bevestigen.

Ik vind het leuk om de kraaien in het park te observeren, maar de mogelijkheid voor een experimentele opzet is er helaas niet. Toch wil ik enkele opmerkelijke bevindingen met jullie delen.
Wat me opgevallen is, is dat jonge vogels het cachen nog moeten leren. In het begin blijven ze nog lang bij hun verstopplek: ze kijken er naar, pakken het stukje mos weer op om het vervolgens in een iets andere positie terug te leggen of leggen er nog wat extra bedekking bij. Naarmate ze meer ervaring krijgen gaat dat allemaal veel sneller.
Ik heb tot nu toe slechts 1 keer cache-retrieval gezien; de grootste kraai in het gezelschap vloog terug naar een zojuist verstopte cache en deelde de inhoud met één van zijn jongen (ong. 5 maanden oud). Over het algemeen lopen of vliegen ze weg van de rest van de groep om hun buit te verstoppen. Zijn ze namelijk te dichtbij, dan is er kans dat het voedsel voor hun bek weggesnaaid wordt!
Eén van de jongen staat duidelijk lager in rang. Die wordt weleens op zijn plek gezet en aangevlogen door de dominante; de submissieve blijft dan even op zijn rug liggen om aan te geven dat hij zijn rang accepteert. Zo'n submissieve houding zie je bij veel hiërarchisch levende dieren terug.
Als het geregend heeft lopen ze  weleens met een stukje droog brood naar een regenplas om het brood in het water te dopen. Eenmalig heb ik gezien dat een kraai op een droge dag, bij gebrek aan regenplassen, naar het meer liep. Ik denk zelf dat het 'bait-fishing' gedrag (zie mijn vorige blog 'Vissen met aas') mogelijk ooit zo begonnen is, maar dat is slechts speculatie. Imitatie zou daarbij ook een rol hebben kunnen spelen bijvoorbeeld.

Hier enkele filmpjes van de kraaien die dit blog hebben geïnspireerd:



Referenties:
Lanner, Ronald M. 1996, "Made for each other: a symbiosis of birds and pines", The pine birds, New York: Oxford University Press, pp. 32–37.
Clayton N.S., Dally J.M. & Emery N.J. 2007, "Social cognition by food-caching corvids. The western scrub-jay as a natural psychologist", Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences, vol. 362(1480), pp. 507–522.
Clayton N.S. & Dickinson A. 1998, "Episodic-like memory during cache recovery by scrub jays", Nature, vol. 395, pp. 272–274.
van der Vaart E., Verbrugge R. & Hemelrijk C.K. 2012, "Corvid re-caching without ’theory of mind’: a model", PLoS ONE 7(3): e32904.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen