27 april 2015

De mier als lievelingsdier

Geen puppies, dolfijnen of paarden... mijn allereerste lievelingsdier was de mier!

Zoals het een bioloog in de dop betaamt was ik gefascineerd door het bedrijvige leven van die kleine mini-wezentjes die je zo gemakkelijk van dichtbij kunt bekijken. Waar ik toen nog geen weet van had was dat er onder de grond nog veel meer te bestuderen is. In een stelsel van verschillende gangen en kamertjes leeft een levensgemeenschap op bijzondere wijze met elkaar samen...

De kolonie
Aan het hoofd van de kolonie staat de Koningin die op haar wenken bediend wordt door vele werksters (allemaal vrouwtjes). Kolonies met meerdere Koninginnen komen overigens ook voor. De werksters verzorgen verschillende taken: ze (ver)bouwen het nest, zoeken naar voedsel en zorgen voor de Koningin(nen), eieren en larven. In sommige kolonies komen ook soldaten voor. Deze mieren zijn groter en sterker dan gewone werksters en nemen dan ook de zwaardere taken voor hun rekening. Door hun sterke kaken kunnen ze bijvoorbeeld groot materiaal doormidden bijten dat in kleinere stukjes door de andere werksters vervoerd wordt.

Het welzijn van de Koningin -en daarmee het voortbestaan van de kolonie- gaat voor alles! Een prachtig voorbeeld hiervan is het vormen van een levend vlot bij overstroming door schubmieren van de soort Formica selysi, waarbij de Koningin de best beschermde plaats in het midden van het vlot mag innemen. Het gebruiken van het lichaam als onderdeel van een bouwsel zien we overigens bij meer mierensoorten terug. Zo maken weefmieren (Oecophylla spp.) gebruik van levende bruggen en maken trekmieren (Ecitoninae spp.) een levend nest voor de nacht.

Communicatie
Communicatie gaat door middel van geuren (feromonen), geluiden en trillingen. De antennes zijn in staat om een feromonenspoor te detecteren, terwijl de pootjes trillingen van de grond waarnemen. Sinds een paar jaar weten we dat mieren ook door middel van geluid met elkaar kunnen communiceren. Ze produceren dan een krassend geluid door met hun achterpoten over ribbels op hun achterlijf te strijken.

Een ietwat zielig experiment heeft aangetoond dat mieren echte stappentellers zijn. Door hun pootjes te verlengen of te verkorten liepen de onderzoeksobjecten een bekende voedselbron voorbij of stopten ze te vroeg; wel hadden ze allemaal evenveel stappen gezet. Bij het terugvinden van bekende plaatsen maken ze dus niet alleen gebruik van feromonensporen, maar ze tellen ook hun voetstappen om de afstand te bepalen.

Foto via Wikipedia

Voortplanting
Één keer per jaar vindt er een bruidsvlucht plaats. Gevleugelde mannetjes en gevleugelde prinsessen ontmoeten elkaar in de lucht. Na de paring sterven de mannetjes en de prinsessen zoeken een plek om een nieuwe kolonie te stichten waar ze zelf de rol van Koningin zullen vervullen. De kersverse Koningin verwijdert haar vleugels en legt eieren. Bevruchte eieren ontwikkelen zich tot vrouwtjes (werksters of prinsessen), onbevruchte eieren tot mannetjes. Uit het ei kruipt een larve die na meerdere vervellingen een pop spint en vervolgens na enkele weken uit deze pop kruipt als een echte mier. Het voedsel dat de larve ontvangt bepaalt haar toekomstige rol binnen de kolonie (werkster, soldaat of prinses), hoewel bij sommige soorten de leeftijd van de werksters of haar specifieke kwaliteiten haar belangrijkste werkzaamheden bepalen. Oudere werksters nemen vaak de meer risicovolle taken op zich en mieren die minder succesvol blijken bij het zoeken naar voedselbronnen kiezen voor een beroep als architect of kraamverzorgster.
Maar ook de larven zelf spelen al een hele belangrijke rol! Volwassen mieren kunnen geen vast voedsel eten (alleen vloeibaar), larven kunnen dit echter wel. Hierdoor worden de larven gebruikt als voedselverwerkers: vast voedsel wordt door hen omgezet in een voor-verteerd papje waarvan een deel door de werkers wordt genuttigd.

Agricultuur
In sommige mierengemeenschappen is ook een carrière in de landbouw mogelijk door het cultiveren van eetbare schimmels. Bladsnijdermieren (Atta spp. en Acromyrmex spp.) eten zelf geen bladeren, maar brengen stukjes blad naar de schimmel zodat deze kan groeien.
Ook veeteelt wordt door sommige mieren bedreven. Ze verplaatsen bladluizen naar de meest geschikte plekken en beschermen hen tegen gevaar. In ruil voor hun goede zorgen eten de mieren van de honingdauw die de luizen tijdens het melken uitscheiden. Ook met andere insecten kan zo'n bijzondere samenwerking plaatsvinden (rups en vlinder van het Heideblauwtje bijvoorbeeld). Beide soorten hebben voordeel van deze samenwerking (mutualisme); het levert de mieren voedingsstoffen op en de symbiont ontvangt verzorging en bescherming.


Gezondheidszorg
Waar veel individuen samenleven is het risico op infectieziekten groot. Om de eieren en larven te beschermen tegen deze gevaren worden ze ingesmeerd met speeksel met antibacteriële eigenschappen.
Zieke en dode mieren worden over het algemeen door werksters uit het nest verwijderd, maar soms wordt een door schimmel geïnfecteerde mier toch in het nest getolereerd. Gezonde mieren likken de patiënt schoon, krijgen hierdoor sporen van de pathogene schimmel binnen en bouwen daar antistoffen tegen op. Hierdoor hebben ze bij volgende infecties minder kans om aan de schimmel ten onder te gaan (vergelijkbaar met ons gebruik van vaccinaties dus).

Zo zie je maar dat deze kleine diertjes tot grootse dingen in staat zijn!


Nog meer lezen over mieren? Lees dan ook mijn blog: Parasitisme of mutualisme?

WildAboutAnts.com: Ant larvae: in the spotlight
Wittlinger, M., Wehner, R., & Wolf, H. (2006). The ant odometer: stepping on stilts and stumps. Science, 312(5782), 1965-1967. (PDF)
ScientificAmerican.com: Infectious Selflessness: How an ant colony becomes a social immune system

1 opmerking:

  1. Ik wacht op de warmte en de eerste mieren op mijn terras.

    Interessant om dit verhaal bij jou te lezen.

    Diervriendelijke groet,

    BeantwoordenVerwijderen